De verborgen kleuren van het ISS
Als het internationale ruimtestation hoog boven je hoofd langskomt, onder een mooie heldere lucht, is het meestal een helderwit object zoals de planeet Venus. Maar soms kunnen we ook met het blote oog kleurtinten zien. Een hemel met veel vocht en stof kan ervoor zorgen dat het ISS wat geliger kleurt, maar het hangt van meerdere factoren af welke kleuren we uiteindelijk in satellieten waarnemen.
Veel kunstmanen hebben zonnepanelen en de hoek van de panelen met de waarnemer zijn bepalend, en ook de kleur van de zonnepanelen zelf. De meeste satellieten hebben panelen met de typische blauwe kleur, door het silicium dat erin zit. Vooral bij flares (korte felle reflecties van de zon op een satelliet) kan de kleur heel duidelijk zichtbaar worden. Ik herinner mij hoe de Franse Spot-5 satelliet bij een passage prachtig blauw-paars oplichtte. De kleur van het ruimtestation ISS hangt dus voor een groot deel af van de positie van de zonnepanelen.

Omdat de vier grote panelen van het ISS aan één van beide zijden een geel-oranje kleur hebben, kan die kleur meespelen als we de zonnepanelen onder een bepaalde hoek zien. De zonnepanelen hebben een 'gekleurde' kant maar ook een kleurloze zijde, namelijk daar waar de zonnecellen staan en die zijde is eigenlijk gewoon zwart. Als ik de - van de aarde af genomen - foto's van het ISS in mijn archief bekijk, valt op dat in de meeste gevallen weinig kleur in de zonnepanelen te zien is. Alleen in sommige gevallen zie je de aparte gelige kleur van de panelen goed, zoals in de foto hierboven. Het is jammer voor de astrofotograaf - die heeft liever wat meer kleur - maar dit lijkt eerder uitzondering dan regel. Als we de zonnepanelen onder de goede hoek zien, en als dan de kleur van de panelen gaat meespelen in de totale hoeveelheid licht dat het ISS reflecteert, kan de kleur dus meer gelig-oranje worden.
Als je het ISS met een verrekijker 'doorvolgt' nadat hij in de aardschaduw is terechtgekomen, kun je hem vaak nog een tijdje volgen als een zwakke satelliet. Op het moment van verzwakken, wordt het ISS dan even donkerrood: het laatste licht van de zon dat het ruimtestation bereikt. De kleur wordt op dezelfde manier veroorzaakt als het rood van een zonsondergang.
Een telescopische opname kan nog meer verrassende kleuren vastleggen. In de periode rond 2008-2009 lag de baan van het ISS zo'n 50 tot 80 kilometer lager dan nu het geval is (340 tot 370 kilometer, terwijl hij nu 400 tot 420 kilometer hoog hangt). In die periode vertoonden mijn opnamen van het ruimtestation vaak een wat blauwige kleur die versterkt zichtbaar was op de felwitte, hoogreflecterende delen van het ISS, zoals de radiatoren. Die kleur correspondeert goed met de kleur van de aarde en het is dan ook zeer aannemlijk dat deze zweem door reflectie van aardlicht veroorzaakt wordt.
Foto' van het ISS genomen in de ruimte laten dit gereflecteerd licht niet gauw zien. Dat de kleuren echter wel degelijk door de elementen van het ruimtestation gereflecteerd worden, laat een zeer bijzondere foto zien die ik maakte bij een uitzonderlijk gunstige passage (90 graden, dus recht over het hoofd) waarbij het ISS ook nog eens haar minimale hoogte bereikt had (340 kilometer), een buitenkansje dus voor een opname vol details. De foto stamt uit 2009 maar werd onlangs opnieuw bewerkt. Uiteraard zijn de kleuren versterkt. Het interessante is nu de rijke waaier aan tinten in dit beeld en we zien dat de meeste kleuren zich netjes binnen de grenzen van een bepaald element of module houden. De witte radiatoren lijken vooral lichtblauw te reflecteren terwijl de Columbus-module, zichtbaar nét onder het midden - een soort geelgroen reflecteert. Ook de bovenste uiteinden van de twee radiatoren rechts vertonen een lichtgroene reflectie. Dat komt omdat de verschillende modules en panelen onder verschillende hoeken staan en daardoor andere delen van het aardoppervlak reflecteren, althans het gekleurde licht ervan.
Geschreven in Satellieten | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken






De Sojoez-lanceringen - bemand of onbemand - die dus frequent plaatsvinden, bieden een goede gelegenheid om dit ronddraaien om de eigen as goed te bestuderen. Dé as is echter nogal foutief uitgedrukt; zoals zal blijken kunnen dergelijke lichamen als gekken rondtollen en daarbij wordt er niet altijd keurig rondgetold om één as. Er blijkt ook nogal wat variatie te zijn in de snelheid van de eigenrotatie en het karakter van de tuimelbewegingen lijkt totaal verschillend per lancering. Een bijzonder interessant aspect dat ik momenteel onderzoek is het verschijnsel dat noordwaardse passages van Sojoez-raketten altijd veel turbulenter lijken dan zuidwaardse. Voor het blote oog zie je de raket in een noordpassage dan veel frequenter flitsen, een effect van de tuimelbeweging. Het verschijnsel is mij meerdere keren opgevallen. Mijn eerste logische verklaring hiervoor was dat het met de verlichtingshoek te maken heeft, maar de telescoopopnamen lijken de veel rustigere beweging tijdens een zuidpassage te bevestigen, onafhankelijk van de verlichting. 






| 