Het Apollo-complot

26 Juni 2009, 11:38

Het Apollo-project was een programma uitgevoerd door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, oftewel de National Aeronatics and Space Administration, dat tot doel had bemande vluchten naar de Maan uit te voeren. Het programma ging van start toen president John F. Kennedy op 25 mei 1961 aankondigde dat er voor het einde van de decade een mens voet zou moeten zetten op onze natuurlijke begeleider. In totaal waren er elf bemande vluchten gaande van Apollo 7 tot en met Apollo 17. De nochtans voorziene vluchten van Apollo 18 tot en met Apollo 23 werden helaas wegbezuinigd. Dit kwam vooral omdat de publieke interesse, na de landing van de eerste mens, gestaag bleef dalen en zich ook openlijk afvroeg wat de wetenschappelijke waarde was van dit peperdure project. Maar klopt dit wel allemaal, en zijn we wel écht op de Maan geweest ?

Volgens deze beruchte en vooral hardnekkige complottheorie, die reeds ten tijde van het eigenlijke programma aanhangers had, zouden er nooit mensen op de Maan geland zijn en is alles door de Amerikaanse regering in scene gezet. Aanhangers van deze complottheorie voeren een aantal argumenten aan waaronder vreemde schaduwen, sterren op de foto's vanop de Maan en de wapperende Amerikaanse vlag. Hun grootste argument blijkt echter het ongeloof te zijn in de technische kennis om een mens naar de Maan te brengen, en terug. En gezien we sinds de afgelopen veertig jaar niet meer op de Maan zijn geweest blijken steeds meer mensen zich gelijkaardige vragen te stellen. Kortom, laten we even de meest voorkomende 'claims' onder de loep nemen...

De fotografische bewijzen

Eerst en vooral willen we erop wijzen dat de meest gebruikte camera op de Maan de Hasselblad 500EL met Zeiss Planar f-2.8/80 lens was die speciaal voorzien was van een zogenaamde Reseau plaat waarop op gelijke afstand een reeds zwarte kruisen werden gegraveerd. Doel hiervan was om zo beter afstanden op de foto's te kunnen schatten.



Op sommige foto's, genomen vanaf het oppervlak van de Maan, lijkt het dat sommige van die zwarte kruisen volledig of deels achter een gefotografeerd object te liggen (zie foto). Men impliceert hierbij dat het gemanipuleerde foto's zouden zijn. Een degelijke verklaring is dat een dunne zwarte lijn, zoals van een kruisdraad, die tegen een helder witte achtergrond gefotografeerd wordt, zorgt voor een verzadiging van de filmemulsie waardoor de dunne zwarte lijn wegvalt op het negatief.

Ook vindt men dat de kwaliteit van de foto's eerder onwaarschijnlijk hoog. Men moet echter weten dat de NASA, strikt uit publicitaire redenen, alleen de allerbeste foto's aan de pers voorstelde die op hun beurt hiervan een selectie maakte. Daarenboven is het zo dat in elk fototoestel voldoende 70mm film zat om tussen de 200 à 250 foto's te kunnen maken. En da's heel wat meer dan in de traditionele analoge camera's hier op Aarde. Daarenboven zitten er in het NASA archief letterlijk vele duizenden foto's die onscherp zijn of verkeerd zijn belicht. Diverse voorbeelden hiervan kan men terugvinden op de 'Apollo Lunar Surface Journal' website van de NASA (zie www.hq.nasa.gov/alsj/frame.html).

Een andere beschuldiging is dat er op geen enkele foto sterren te zien zijn en dat er ook tijdens geen enkele conversatie sterren aan bod komen terwijl men acht, buiten de atmosfeer van de Aarde, een veel duidelijker beeld te moeten hebben van het heelal. Anderzijds staan er ook geen sterren op foto's van de MIR, het ISS of de vele Space Shuttle vluchten. Dit komt omdat dit soort foto's bijna altijd met een zeer korte sluitertijd worden genomen zodoende er geen overbelichting ontstaat. Het veel zwakkere licht van de sterrenhemel komt zo niet op de foto te staan. Men kan dit zelf proefondervindelijk vaststellen door een foto van de nachtelijke hemel te nemen met een sluitertijd die geschikt is voor tijdens de dag. En het is beslist niet omdat de astronauten aan boord van de Apollo missies niet spraken over de sterren, dat ze er geen gezien hebben. Integendeel. Tijdens de reis naar de Maan gebruikten de astronauten diverse sterren om zich te navigeren. Dat kan men mooi zien in de Apollo 13-film.

Op sommige foto's lijkt de kleur van de schaduwvlakken en de richting vaak verkeerd. Dit zou volgens de critici komen doordat alles in een studio zou zijn opgenomen met meerdere lichtbronnen waardoor diverse objecten vaak afwijkende schaduwen laten zien. En ze hebben in feite gelijk. Er zijn, zeker wat de kleur van de schaduwvlakken betreft, redenen om aan te nemen dat er verschillende lichtbronnen gezorgd hebben voor dit effect. Logisch ook, want men blijkt te vergeten dat niet alleen de Zon als enige zorgt voor licht of zelfs tegenlicht op de Maan. Ook de Aarde weerkaast een flink deel van het opgevangen licht dat ongehinderd op de Maan terecht komt doordat deze niet over een atmosfeer beschikt. Ook de Maan zelf weerkaatst heel wat licht waardoor bepaalde schaduwvlakken niet geheel zwart overkomen. Daarnaast is het maanoppervlak niet alleen meer gebogen dan de Aarde wegens z'n veel kleinere omvang maar is deze ook bezaaid met kraters waardoor men een vertekend beeld krijgt van wat nu wel of niet vlak blijkt te zijn. Ook het perspectief als de lenshoek van de camera hebben een invloed op de uiteindelijke foto waardoor schaduwen niet steeds parallel lopen op alle foto's. Op verschillende foto's lijken er identieke achtergronden voor te komen wat zou kunnen wijzen op het hergebruik van studio materiaal. In de praktijk noemen we dit echter het parallax effect. En men dient hierbij vooral rekening te houden dat de Maan geen atmosfeer bezit waardoor verafgelegen objecten vaak ongewoon helder en aldus minder veraf schijnen te staan dan werkelijk het geval is. Zo zijn op heel wat foto's de nabijgelegen heuvels eigenlijk verafgelegen bergen gelegen tussen tien tot twintig kilometer afstand tot de camera. Bij deze afstanden zijn veranderende achtergronden slechts subtiel merkbaar.

Naast de verdachte zaken die op de foto's te zien zouden zijn, is er ook twijfel ontstaan aan de Apollo-maanlandingen door de hoeveelheid foto's die genomen zijn tijdens de EVA's, de tijd dat de astronauten op de maan buiten de maanlandingsmodule waren. Wanneer het totale aantal officiële foto's genomen tijdens de EVA's van alle Apollo-missies gedeeld wordt door de totale hoeveelheid tijd die deze EVA's in beslag namen, komt men uit op een gemiddelde van 1,19 foto's per minuut dat de astronauten op de maan waren. Dat komt neer op één foto per 50 seconden. Daarbij moet men dan ook nog bedenken dat in deze berekening geen rekening is gehouden met alle andere activiteiten van de astronauten op de maan, zoals onderzoek, inspectie, wandelingen en het salueren van de vlag. Wanneer men dat wel doet zou men voor Apollo 11 uitkomen op ongeveer één foto per 15 seconden. Dit is des te opmerkelijker omdat veel locaties waarop de foto's genomen zijn ver van elkaar verwijderd liggen en een behoorlijke reistijd in beslag zouden nemen, zeker in een ruimtepak dat de astronauten in hun bewegingsvrijheid belemmerde. Bovendien hadden de camera's van de astronauten geen zoeker, noch beschikten zij over automatische belichting, iets wat het nemen van goede foto's aanzienlijk vertraagt. Toegegeven, daar heeft men wel ergens een punt. Alhoewel men ook niet mag vergeten dat de astronauten op Aard een zeer degelijke opleiding fotografie hebben genoten en letterlijk vele duizenden proeffoto's hebben genomen. Daarenboven bleven de camera
instellingen, eens nagezien, gedurende de gehele missie gelijk staan en werden er geen sluitertijden en diafragma's meer aangepast en hoefde men slechts alleen de sluiter openen. Zo kon men vele honderden foto's nemen. Daarenboven werden heel wat foto's in stereoscopische paren genomen waardoor het aantal nog een toe nam.

Straling en hitte

Van Allen-gordelMen beweert dat de astronauten de reis door de Van Allen gordels, twee stralingsgordels rondom de Aarde samen met de kosmische straling, niet zouden overleven. De eerste gordel bevindt zich op een hoogte tussen 2.000 en 5.000 kilometer en bestaat vooral uit protonen, een tweede op een hoogte van ongeveer 16.000 met vooral elektronen. Men vergeet echter dat de afstand tussen de Aarde en de Maan iets meer dan tienmaal zo groot is als die van de Aarde tot de Van Allen gordels en de totale duur door deze gordels niet eens langer duurde dan een klein half uur. Daarnaast werd de afgelegde route zodanig gekozen dat de astronauten aan een zo gering mogelijke stralingsdosis werden blootgesteld. Meer nog. James Van Allen, naar waar deze stralingsgordels zijn vernoemd, heeft persoonlijk deze 'claims' ontzenuwd. Ook droegen de astronauten tijdens hun reis naar de Maan een dosismeter die de totaal opgelopen straling aantoonde. Deze oversteeg zelfs niet deze van één röntgenfoto van ongeveer 1 milligray. Net deze straling is overigens een bewijs dat men daadwerkelijk naar de Maan heeft gereisd. Daarenboven kregen bijna alle astronauten die naar de Maan zijn gereisd vroegtijdig te maken met katarakt, wat een gevolg zou zijn van de kosmische straling.

Een wat mij betreft zeer doordachte opmerking is dat filmemulsie een neveleffect zou moeten vertonen door het cumulatieve effect van de ioniserende straling. Wie echter goed z'n huiswerk gemaakt heeft weet echter dat alle films in metalen koffers werden bewaard net om dit effect tegen te gaan. Ook zou de temperatuur op het maanoppervlak overdag zo hoog oplopen dat de filmemulsie zou smelten. Echter door het ontbreken van een atmosfeer is er geen efficiënte thermodynamische koppeling tussen het maanoppervlak en voorwerpen die er niet in direct contact mee zijn. Kortom, enkel straling kan zorgen voor warmteoverdracht. En door gebruik te maken van geschikte optische 'coatings' kon de temperatuur binnenin de camera's zo onder controle worden gehouden.

De radiografische vertraging

Bij een afstand van ongeveer 400.000 kilometer zouden radiogolven meer dan anderhalve seconden onderweg moeten zijn tussen de Maan en de Aarde. Deze vertraging zou dan ook hoorbaar moeten zijn op de geluidsopnames. Wel, het idee is correct in de meeste documentaires worden deze pauze's net weggeknipt. Op de originele banden staan daadwerkelijk deze pauze's. Een mooi voorbeeld is wanneer men halverwege tussen de Aarde en de Maan, tijdens een live uitzending, vraagt om de Aarde die rechtsboven het beeld stond centraal te plaatsen. Na twee seconden kwam er reactie op het nieuwe beeld waana men vanuit Houston vroeg te stoppen met als gevolg van de vertraging het beeld verder schoof tot de Aarde links onder het scherm stond in plaats van in het midden.Terwijl het Australische Parkes Observatorium de beste signaalontvangst zou moeten hebben waren de live beelden voor dit continent afkomstig uit Amerika. Net zoals voor de rest van de wereld. Dit klopt, omdat de signalen verzonden vanaf de Maan gebruik maakten van het Slow Scan principe en eerst moesten gevonverteerd worden vooralleer deze bruikbaar waren voor televisie uitzendingen.

Mechanische en chemische problemen

Vele menen dat de stuwmotoren van de maanlanders kraters zouden moeten achtergelaten hebben op het zeer zachte oppervlak van de Maan. Net zoals bij de vele sporen van de astronauten en hun rovers. Opnieuw heeft men hier niet goed z'n huiswerk gemaakt. Want de dalingssnelheid van de landers was slechts heel gering en deze hadden eveneens al heel wat van hun massa verloren door de verbranding van de raketbrandstof. Daarenboven bedraagt de zwaartkracht op de Maan slechts 1/6 van die op Aarde waardoor een raketmotor een veel geringer vermogen zou moeten aanwenden. Desondanks wierp de maanlander toch stof op, waaronder de gezagvoerders zich ook beklaagden. Tijdens het opstijgen van de maanlander is geen noemenswaardige uitlaatvlam te zien. Logisch ook, want men gebruikt hydrazine om de hypergool, in combinatie met stikstof-tetroxide als oxidant, te doen ontbranden wat nagenoeg altijd onzichtbaar is. Daarnaast ontbranden en
expanderen uitlaatgassen snel op de Maan bij gebrek aan een atmosfeer.

Tevens is er tijdens het dalen van de maanlander nauwelijks geluid en vibratie van de stuwraketten waarneembaar. Dit terwijl de belangrijkste motor zich net onder de astronauten bevindt. Fout, want deze motor bevindt zich in een compartement onderin de stijgtrap. Dit is ook het deelte dat bij de terugkeer achterblijft. Bovendien is er, opnieuw, geen atmosfeer op de Maan waardoor geluid niet wordt verspreid. Binnenin de maanlander droegen de astronauten hun ruimtepakken waarin de microfoons zich bevonden en omgevingsgeluiden flink werden verminderd.

Enkele wetenschappers, en vooral amateurgeologen, vinden het bijzonder vreemd dat de samenstelling van de maanstenen zo goed als identiek is aan de maanmeteorieten gevonden op Antarctica. En toch zijn er concrete verschillen. Zo zijn de zuurstofisotopen beduidend verschillend en ontbreken er enkele zeer vluchtige elementen. Er is dus werkelijk een verschil. Daarnaast is de totale hoeveelheid maanmeteorieten slechts gering in tegenstelling tot de 380 kg maanstenen afkomstig van de Apollo-missies. Bovendien zijn deze chemisch identiek aan de maanstenen die de robotische Russische Luna-missie hebben verzameld.



Op alle foto's lijkt de geplaatste Amerikaanse vlag te wapperen. Dit lijkt echter zo. Zoals reeds eerder vermeld is er geen atmosfeer op de Maan. Toch zeker geen noemenswaardige. De reden waarom de vlag lijkt te wapperen op de foto's is omdat deze gevouwen was vooralleer deze met een L-vormige staaf bevestigd werd. Overigens staat deze vlag op geen enkele film te wapperen.

Misschien wel de meest voor de hand liggende 'claim' is deze dat men gewoon niet over de nodige technologische kennis beschikte om deze fenomenale klus te klaren. En dat meermaals. Zo heeft de Space Shuttle en plafond van maximaal 1.000 kilometer en heeft men met de Apollo een afstand van 384.000 kilometer weten af te leggen, er geland en teruggekeerd naar de Aarde.

Bovendien beweert NASA zelf dat met de huidige techniek men niet in staat is om naar de Maan te gaan. Kortom, de hele Apollo-missie was een promotiestunt onder druk van de Koude Oorlog, winstbejag en een op hol geslagen politiek. Zeker gezien het feit dat meer lanceringen destijd mislukten dan slaagden. We kunnen inderdaad niet ontkennen dat het Apollo-project, opgezet door president John F. Kennedy, opgezet is als prestigeproject. En het is tot op heden ook nog steeds het duurste programma in de geschiedenis van de NASA die eigenlijk sindsdien niets anders dan de ene financiële bezuiniging na de andere heeft gekend. Anderzijds is het zo dat de Space Shuttle nooit ontworpen is om naar de Maan te reizen maar om missies uit te voeren in een lage aardomloopbaan (of LEO). Maar het moet gezegd dat het bijzonder betreurenswaardig is dat men sinds meer dan 40 jaar geen voet meer op onze meest nabijgelegen buur in het zonnestelsel heeft gezet.

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Zomertijd

10 April 2009, 11:00

Afgelopen weekend zijn we opnieuw overgeschakeld naar de zomertijd. Ook wel bekend in de volksmond als het zomeruur. De officiële internationale benaming is echter DST of Daylight Saving Time.

Net als de wintertijd heeft de zomertijd een afwijking op de reële zonnetijd. Dat is de plaatselijke tijd gemeten op een zonnewijzer. Een correct opgestelde zonnewijzer staat steeds met de stijl, oftewel de schaduwgever, naar het geografische noorden gericht onder een hoek met het horizontale vlak gelijk aan de plaatselijke breedtegraad. Voor Vlaanderen bedraagt dit zo'n 51 graden. De zonnetijd is, behalve op zonnewijzers, in onbruik geraakt.

Door de toenemende mobiliteit ondervond men al in de 19de eeuw last van de lokale verschillen. Zo voerden de spoorwegen als eersten de uniforme tijdrekening in. Na de invoering van de GMT of Greenwich Mean Time werd in de tweede wereldoorlog de MET of Midden-Europese Tijd ingevoerd. Uiteindelijk werd, na enkele onderbrekingen, in 1977 de METZ of Midden-Europese Zomer-tijd opnieuw ingevoerd.

De oorsprong

Er wordt beweerd dat de zomertijd voor het eerst werd voorgesteld door Benjamin Franklin in een brief aan de redactie van de 'Journal of Paris'. Het artikel was echter als grap bedoeld en bovendien stelde Benjamin Franklin niet voor om de zomertijd in te voeren, maar dat men vroeger moest opstaan en naar bed gaan.

Het eerste serieuze voorstel kwam van de Engelsman William Willet in zijn 'Waste of Daylight' uit 1907, maar hij was niet bij machte om het van de Britse gedaan te krijgen ondanks de steun van een groep parlementsleden.

De eerste praktische toepassing van de zomertijd was door de Duitse regering gedurende de Eerste Wereldoorlog, tussen 30 april 1916 en 1 oktober 1916. Kort daarop volgde ook het Verenigd Koninkrijk alsook de Verenigde Staten. De wet bleek echter zo onpopulair, hoofdzakelijk omdat men destijds meestal vroeger opstond en eerder naar bed ging dan tegenwoordig, dat deze werd afgeschaft.

Ook in de Tweede Wereldoorlog was de zomertijd in gebruik. In het Verenigde Koninklrijk kende men zelfs een dubbele zomer- en wintertijd.

De oliecrisis van 1973, die tot een golf van energiebesparende maatregelen leidde, was voor vele landen aanleiding om opnieuw de zomertijd in te voeren. Frankrijk deed dat als eerste Europese land in 1976. Veel West-Europese lan-den volgden het jaar daarop. West-Duitsland wachtte nog tot 1980, totdat hierover een afspraak met Oost-Duitsland was gemaakt.

Reden tot kritiek

Een van de bezwaren van de zomertijd heeft te maken met de tijdzones. Loopt de klok in West-Europa normaal gesproken al voor op de zonnetijd, gedurende de zomertijd wordt dit nog een uur extra. Dit extra uur wordt door sommige mensen als te groot ervaren. Wellicht is dit bezwaar het verlengde van een ander veelgehoord bezwaar: het vergt elke keer een hele aanpassing in het dagritme van mensen om over te schakelen. Vooral kinderen, ouderen en avondmensen hebben hier last van, waardoor ze in de week na de aanpassing oververmoeid kunnen raken. In 2007 hebben wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met de Ludwig-Maximilians-Universiteit München, aangetoond dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op de biologische klok van de mens.

Foto: De blauw gekleurde gebieden gebruiken de zomertijd. De oranje gebieden rekenen geen zomertijd meer aan en de rode gebieden hebben nooit zomertijd gekend.

Ten grondslag aan dit onderzoek ligt een online vragenlijst over slaapgedrag die meer dan 50.000 mensen hebben ingevuld. De biologische klok heeft een vaste cyclus van ongeveer 24 uur en past zich in de zomerperiode niet aan. Daardoor slapen mensen in de zomermaanden minder en slechter. Het verstoorde slaap-waakritme verdwijnt pas weer na het beëindigen van de zomertijd.

Organismen anders dan de mens laten hun levensritme niet door een uurwerk bepalen. Zo zal een plant of gewas midden op de dag meer water nodig hebben omdat de zon dan het hoogste punt bereikt. Door het verzetten van de klok in de zomer is dit midden op de dag niet meer tussen 12.00 en 13.00 maar een uur later. Kwekers en verzorgers van planten houden gedurende de zomertijd rekening met deze tijdverschuiving van een uur. In regelapparatuur die toegepast wordt in de tuinbouw worden de tijdstippen waarop het een en ander gebeurt dan ook in de zomermaanden een uur vooruit gezet, de klimaatstrategie voor het gewas verandert daardoor niet. Bij het terugschakelen naar wintertijd wordt dan de klok weer terug gezet, de tijdstippen worden dan ook een uur terug gezet.

Europa

In Europa geldt de richtlijn die is vastgesteld door de Europese Unie. Deze geldt voor alle landen van de EU. Sinds 2002 luidt de regel als volgt: De zomertijd begint op de laatste zondag van maart, als de klok om 01.00 UTC (Nederlandse tijd: 02.00 uur) een uur vooruit wordt gezet, en eindigt op de laatste zondag van oktober, als de klok om 01.00 UTC (Nederland: 03.00 uur zomertijd) een uur terug wordt gezet. Doordat het tijdstip van overgang gekoppeld is aan 0100 UTC wordt in alle Europese tijdzones (west, centraal en oost) de klok op hetzelfde moment verzet. De vroegste begindatum is volgens deze regel 25 maart (zoals in 2007), de vroegste einddatum 25 oktober (zoals in 2009).
         
De Europese Commissie zal in de nabije toekomst beslissen of deze regeling zo blijft bestaan. Er zijn drie mogelijkheden: ofwel alles blijft zoals het nu is, ofwel er worden andere data overeengekomen ofwel de zomertijd wordt volledig afgeschaft. Enkele lidstaten hebben namelijk tegenargumenten naar voren gebracht. Ook vrijwel alle landen in Europa die geen lid zijn van de EU volgen deze richtlijn. De uitzonderingen zijn IJsland (dat geen zomertijd kent) en Rusland (waar de overgang plaatsvindt om 02.00 lokale tijd, en dus niet om 01.00 UTC).

Voor 2002 waren de regels iets anders: Van 1981-1995 liep de zomertijd van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van september. Hierdoor was de vroegste begindatum 25 maart (in 1984 en 1990) en de laatste einddatum 30 september (even-eens in 1984 en 1990).
   
Vanaf 1996 eindigde de zomertijd (volgens een wijziging in de richtlijn) op de laatste zondag van oktober. Deze wijziging werd doorgevoerd om de zomertijd met die in het Verenigd Koninkrijk te synchroniseren.
   
Tussen 1996 en 2002 hadden enkele Europese landen een afwijkende regeling ten opzichte van de huidige.

De zomertijd heeft alleen waarde in gebieden tussen de keerkringen en de poolcirkels, daar de lengte van de tropendag niet voldoende varieert voor het nut van de zomertijd en zomerdagen aan de beide polen geen nacht kennen. Hawaï, Thailand en de noordelijke gedeelten van Australië bijvoorbeeld hebben geen zomertijd. Ook IJsland kent geen zomertijd. Tasmanië voert de zomertijd vroeger in en voor een langere periode dan de andere Australische deelstaten die zomertijd hebben. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland. Boven-dien werkt de zomertijd op het andere halfrond andersom. Zetten we in Europa de klok een uur vooruit, dan gaat ongeveer op hetzelfde moment in Australië - als men daar zomertijd hanteert - de klok een uur achteruit, terug naar wintertijd. Het tijdverschil is dus in de Europese zomer twee uur minder dan in de Europese winter.

Ezelsbruggetjes

Om te onthouden of de klok voor- of achteruit gezet dient te worden is er een ezelsbruggetje: je wint-er-tijd mee als de wintertijd in gaat (die dag duurt namelijk 25 uur). Een ander ezelsbruggetje is in het voorjaar zet men de klok vooruit en in het najaar zet men de klok achteruit. Of als het weer achteruit gaat (het wordt kouder), gaat de klok een uur achteruit. Gaat het weer vooruit (het wordt warmer) gaat de klok een uur vooruit. Bron: Patrick Jaecques (Astro Event Group).

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

AE-2009, een unieke gebeurtenis voor liefhebbers van sterrenkunde en ruimtevaart

05 Februari 2009, 14:00

Op vrijdag 27 februari t/m zondag 1 maart 2009 organiseert de Astro Event Group vzw uit Oostende de AE-2009. De grootste sterrenkundige en ruimtevaartgerichte beurs in de Benelux. Dit naar aanleiding van het internationale jaar v/d sterrenkunde...

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft het jaar 2009 uitgeroepen tot het internationale jaar v/d sterrenkunde (international year of astronomy 2009 - IYA2009). Het IYA2009 is dan ook een initiatief van de IAU of International Astronomical Union en de Unesco. De betreffende VN resolutie werd ingediend door Italië. Het land waar Galileo Galilei zo'n 400 jaar geleden de eerste astronomische ontdekkingen deed met behulp van een telescoop.

Het IYA2009 zal een wereldwijde viering worden van de sterrenkunde en haar bijdragen aan de samenleving en de cultuur. Met het sterrenkundejaar willen de initiatiefnemers bereiken dat de wereldburger zijn plaats in het heelal herontdekt door met een gevoel van verwondering op een zoektocht door het universum te gaan. De initiatiefnemers willen met met name vooral jongeren de interesse in de wetenschap in het algemeen en de sterrenkunde in het bijzonder bevorderen.

Het eerste sterrenkundige gebruik van de telescoop ontketende in 1609 een wetenschappelijke revolutie die ons wereldbeeld diepgaand heeft veranderd. 400 jaar later exploreren moderne telescopen op aarde en in de ruimte de klok rond het heelal. De astronomie is daarnaast een wetenschap die al duizenden jaren lang over alle grenzen heen tot samenwerking leidt; geografisch, cultureel, ras, geslacht en leeftijd, geheel in lijn met de grondbeginselen van het VN-handvest. In dat opzicht is de sterrenkunde een klassiek voorbeeld van de manier waarop wetenschap kan bijdragen aan de versteviging van internationale samenwerking.

Het evenement

De Astro Event Group vzw uit Oostende, een amateursterrenkundige vereniging voor volwassenen, heeft opnieuw het voortouw genomen om - naar aanleiding van het internationale jaar v/d sterrenkunde - opnieuw de grootste sterrenkundige en ruimtevaartgerichte beurs in de Benelux te organiseren zijnde de AE-2009 (oftewel Astro Event 2009). Dit unieke evenement brengt een leuke en vooral boeiende mix van allerhande verenigingen, organisaties en bedrijven samen die zich allemaal op de een of andere wijze bezighouden met sterrenkunde of ruimtevaart. Dit zowel uit het binnen- en buitenland. Amateurs en professionelen. Naast de traditionele tentoonstelingen, workshops en voordrachten is er ook veel aandacht gegaan naar het doe-gerichte. En zeker naar jongeren in het bijzonder. Want waar anders kan je zelf raketten bouwen én lanceren ? Een eigen houten zonnewijzer ontwerpen of op zoek gaan naar buitenaards leven...

Daarnaast hebben we ook oog voor typische ' spin-offs ' of producten die ontstaan zijn dankzij ruimtevaarttechnologie. Zo kunnen de bezoekers niet alleen de Segway bestuderen, maar zelfs de gloednieuwe ' off-road ' versie zelf uitproberen op ons hindernissenparkoer. Ook de Monotracer, een bijzonder futuristisch uitziende moto, zal ongetwijfeld de nodige aandacht trekken en in de nabije toekomst misschien zelf een oplossing kunnen bieden aan het fileprobleem.

Om sterrenkunde op een praktische wijze voor te stellen aan het publiek is er zelfs een waarnemingstuin voorzien. Daar zullen heel wat sterrenkundigen hun telescopen opstellen en kunnen de bezoekers, door behulp van speciale filters, rechtstreeks naar de Zon kijken. Dit is tevens de ideale gelegenheid om al je vragen rond sterrenkunde te stellen. Meer nog. Op vrijdagavond houden we de deuren van ons evenement lekker lang open en houden we een heuse ' star party ' waarop we samen gezellig van de wintersterrenhemel kunnen genieten.

Wie op zoek is naar sterrenkundige of ruimtevaartgerichte producten zit meteen ook goed. Want we hebben zowat de beste handelszaken uit gans Europa samengebracht. Met Meade (Duitsland) halen we zelfs één van de bekendste topmerken voor binoculairs en telescopen naar België. De Eureka handelszaak (Oostende) zorgt dan weer meer voor het educatieve aspect met CD's, DVD's en boeken terwijl Berlebach (Duitsland) wereldwijd bekend staat als dé bouwer van oerdegelijke statieven. Astronomica (Engeland) en de Astroshop (Hove) zorgen dan weer dat de amateursterrenkundigen aan hun trekken komen. Kortom, er is aan iedereen gedacht.

We zijn er dan ook zeker van dat de meer dan vijftig diverse standen een heel breed publiek zal boeien. Zowel jong als oud, leek als gevorderde amateurastronoom. En om de drempel zo laag mogelijk te houden is de toegang volkomen gratis !

Het evenement, de AE-2009, is te bezoeken van vrijdag 27 februari t/m zondag 1 maart 2009. Op vrijdag van 14.00 uur t/m 22.00 uur en op zaterdag en zondag telkens van 10.00 uur t/m 18.00 uur. De locatie is het Openluchtcentrum Duin en Zee te Oostende, gelegen in de Fortstraat 128 te 8400 Oostende (B). Voor meer informatie kan men steeds terecht op...

www.ae2009.be

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Galilei en het internationale jaar van de sterrenkunde

18 Augustus 2008, 09:58

Sterrenkunde, of astronomie, wordt in het algemeen gezien als één van de oudste wetenschappen op Aarde. Ouder dan de eerste beschavingen. Toen we nog als holbewoners leefden en vol ontzag de hemel vereerden. De Zon als bron van warmte, die het ijs veranderde in water en de bomen en planten deed groeien. De nacht met z'n miljoenen sterren waar wilde dieren zich thuis voelen en het zo goed als nergens veilig was. Dwaalsterren, die zich in de loop van het jaar anders bewogen dan de regulieren sterrenhemel, werden later als planeten herkend, terwijl vallende sterren en vooral kometen tot laat in de middeleeuwen als voorbodes van onheil werden aanschowd. Ook aan de Maan met z'n diverse fasen werden allerlei krachten en gebeurtenissen toegeschreven. Van mythes rond weerwolven, vruchtbaarheid tot voorbodes van twisten en oorlogen. Vooral wanneer deze rood werd gekleurd bij verduisteringen.

Maansverduistering - lunar eclips

Na verloop van tijd begon men de sterrenhemel in te delen in sterrenbeelden en werden hun posities aan de hemel gebruikt voor het samenstellen van de eerste rudimentaire kalenders. Zo gebruikten de Egyptenaren de heldere ster Sirius als leidraad voor het planten en oogsten van hun gewassen. Gedurende de middeleeuwen bleef de verdere ontwikkeling van sterrenkunde, net zoals de meeste wetenschappen, uit en werden de hemelverschijnselen opnieuw gekoppeld met allerhande voorspellingen. Astronomie werd zo herleid tot astrologie.

Johannes LippersheyZo'n vierhonderd jaar geleden kwam er, dankzij de ontwikkeling van de optica, opnieuw een grote doorbraak in de sterrenkunde. Want voor het eerst konden allerhande theoriën praktisch getoetst worden dankzij de eerste eenvoudige telescopen. Zo staat de Nederlander Johannes Lippershey algemeen bekend als één van de eerste telescopenbouwers. Het concept was zeer eenvoudig. Een holle buis verbond de twee lenzen waardoor het opgevangen beeld enkele malen werd uitvergroot. Deze uitvinding werd dan ook gretig gebruikt voor militaire doeleinden. Zo kon men vijandelijke troepen vanaf een grotere afstand, over land of zee, sneller opmerken. Helaas maakte ook een andere stadsgenoot van Johannes Lippershey aanspraak op z'n uitvinding waardoor nooit een patent aan hem is uitgereikt. Het is dan ook gissen naar de werkelijke ontdekker van de telescoop, omdat ook in Italië diverse optiekers aanspraak maakten op deze titel. Wat we wel met zekerheid kunnen stellen is dat Galileo Galilei de eerste was die een telescoop gebruikte voor sterrenkundige doeleinden.

GALILEI

Galileo Galilei werd op 15 februari 1564 geboren in het Italiaanse Pisa als oudste zoon van Vincenzo Galilei, een componist en schrijver van muziektheoretische boeken. Het gezin had het echter niet breed en ze waren dan ook genoodzaakt om deeltijds als lakenhandelaars op te treden. Dit is vermoedelijk ook de reden waarom Galilei z'n leven lang z'n broers en zusters financiëel onderhield.

In 1574 werd de toen tienjarige Galilei naar het Santa Maria van Vallombosa klooster in Florence gestuurd om er school te volgen. Doordat hij een uitstekende student bleek, kreeg hij later de kans om te studeren aan de Universiteit van Pisa waar hij zich vooral bezighield met wis- en natuurkunde.

Galileo Galilei


Wegens geldgebrek moest hij echter na vier jaar z'n studies staken en maakte hij kennis met Ostilio Ricci die hem onderwees in toegepaste wiskunde. Het eerste onderzoek van Galilei ging dan ook over de bepaling van de massa van vloeistoffen en hun bewegingen. Erg tegen de zin van z'n vader in veranderde Galilei van de medische naar de natuurfilofische faculteit waardoor hij de financiële steun van Groothertog Ferdinand verloor.

Door z'n gedrevenheid vond hij in Guidobaldo Del Monte in 1589 al snel een nieuwe beschermheer die hem een leerstoel wiskunde in Pisa aanbood. Naar verluidt had hij het daar echter niet naar z'n zin en had hij geregeld oneinigheid met z'n collega's. Daarenboven was het salaris relatief laag (zo'n 60 scudi per jaar) waardoor hij genoodzaakt was om bijlessen te geven aan studenten. Toch vond hij de tijd om te schrijven en zo publiceerde bij in 1590 z'n eerste boek genaamd De motu die handelde over bewegingen. Door de herhaaldelijke aanvallen van z'n collega's nam hij uiteindelijk in 1592 ontslag en trok opnieuw in bij z'n ouders.

proportionaalpasser Enkele maanden later werd hij aangenomen in de Universiteit van Padua waar hij uiteindelijk tot in 1610 als hoogleraar in meetkunde, mechanica en sterrenkunde les gaf. Naar verluidt had hij het hier flink naar z'n zin en verdiende ook heel wat beter de kost. Toch bleef hij studenten bijles geven en gaf enkelen zelfs onderdak. Tijdens z'n werk aan de Universiteit van Padua richtte hij z'n eigen werkplaats in waar hij zich bezighield met het ontwerpen en bouwen van eigen meetinstrumenten. Eén van z'n uitvindingen was de proportionaalpasser die hij ook zelf produceerde en verkocht. Met deze passer kon men worteltrekken en andere berekeningen uitvoeren. Door het gebruik van z'n instrumenten verkreeg hij ook meer inzicht in de bewegings- en sterkteleer wat voordelig uitkwam in z'n zoektocht naar een betere telescoop. Daarnaast ontdekte hij ook dat de valversnelling, in tegenstelling tot Aristoteles z'n ideeën, onafhankelijk was van de massa. Mede door deze opgedane kennis begon hij ook te twijfelen aan de leer van Ptolemaus en verdedigde hij uiteindelijk de leer van Copernicus.

Tijdens z'n verblijf aan de Universiteit van Padua kreeg hij samen met Marina Gamba twee dochters en een zoon die, doordat ze voortkwamen uit zonde (doordat ze niet getrouwd waren voor de kerk), naar het klooster van San Matteo in Arcetti werden gestuurd.

KETTERIJ

In 1610 publiceerde Galilei z'n telescopische waarnemingen van de Maan, Jupiter met z'n vier helderste manen, de melkweg en de sterrenhemel. Z'n telescoop alsook z'n waarnemingen bracht hij het jaar daarop mee naar Rome waar hij deze voorlegde aan de Jezuïeten van het Collegio Romano. Rond deze tijd begon ook het verzet tegen z'n verdediging van de leer van Copernicus op te steken. Het Copernicaans heliocentrisch model, dat zoals de naam aangeeft de Zon in het midden van het zonnestelsel plaatst en niet de Aarde, werd namelijk door de kerk als ketterij beschouwd waardoor Galilei door Rome werd ontboden om zich te verdedigen. Ook zijn onwettig huwelijk met Marina Gamba bleek niet in het voordeel van Galilei.

Enkele jaren later, in 1616 om precies te zijn, kreeg Galilei door kardinaal Bellarmino het verbod om het Copernicaanse model verder te verspreiden. Door hier in te gaan kon Galilei in 1622 z'n eerste boek, de Il Saggiatore, met goedkeuren van de kerk uitgeven. Dit boek werd in 1630 gevolgd door Dialogo waarmee hij opnieuw in conflict kwam met de kerk. Ondanks z'n huisarrest slaagde hij er in om het belangrijke boek Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze (gesprekken en wiskundige bewijzen in twee nieuwe wetenschappen) naar Nederland te smokkelen. Hierin verdedigde hij z'n nieuwe inzichten in de hemelmechanica. In 1637 werd het boek in het Nederlandse Leiden gepubliceerd.

Enkele jaren later, op 8 januari 1642, stierf hij en wenste groothertog van Toscane, Ferdinando II, hem te begraven in het voornaamste deel van de Basilica di Santa Croce in Florence naast de tombes van z'n vader en voorouders. Deze plannen werden echter gefnuikt toen Paus Urbanus VIII en diens neef, kardinaal Francesco Barberini, hiertegen fel protesteerden. In plaats daarvan werd hij in een kleine kamer naast de novicenkapel aan het eind van een donkere corridor ten ruste gelegd. In 1737 werden z'n stoffelijke resten opgegraven en herbegraven in het voornaamste deel van de basilica en werd er een fraai grafmonument te zijner ere opgericht. Om nog onduidelijke redenen werd echter de middelvinger van z'n rechterhand bij de herbegraving afgehakt die heden nog steeds als relikwie te bezichtigen is in het Museo di Storia della Scienza in Florence.

EINDELIJK ERKENNING

Anders dan wat men nog steeds in Italië beweert heeft Galilei niet de telescoop uitgevonden, maar was hij wellicht wel de eerste die deze gebruikte voor sterrenkundige doeleinden. Toch verbeterde Galilei deze kijker waardoor hij in 1609, volgend jaar dus precies vierhonderd jaar geleden, voor het eerst de Maan met z'n kraters kon aanschouwen. Rond de planeet Jupiter ontdekte hij ook vier grote manen die we heden nog steeds de vier Galileïsche manen noemen en deel uitmaken van een veel groter en complexer manenstelsel. Ook nam hij de schijngestalten van de planeet Venus waar. Over de planeet Saturnus wist hij te vertellen dan deze twee uitstulpingen had. Het duurde echter tot 1656, toen Christiaan Huygens met z'n zelfgemaakte lenzen deze planeet bestudeerde, dat men tot de conclusie kwam dat er zich ringen om de planeet bevonden. Ook concludeerde Galilei dat de melkweg geen wolk was maar een bonte verzameling van miljoenen sterren. Zaken die hij allemaal neerschreef in het populaire Sidereus Nuncius en de leidraad was van vele honderden sterrenkundigen.

Het is dan ook meer dan logisch dat volgend jaar uitgeroepen is tot internationaal jaar van de sterrenkunde. Een hoogtepunt waar iedere sterrenkundige, van de plaatselijke amateursterrenkundige vereniging tot de professionele sterrenwacht, het publiek zal inlichten over de wonderen van het heelal. Eindelijk, na vierhonderd jaar, krijgt Galilei de erkenning die hij verdient.

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Opnieuw genieten van een zonsverduistering

13 Juni 2008, 11:16

Als u erbij was zal u het vermoedelijk nog goed herinneren... de totale zonsverduistering van 11 augustus 1999. Deze was, dankzij het prachtige zomerweer, namelijk uitstekend te zien in België alsook in verschillede buurlanden waardoor het vermoedelijk de drukst bekeken totale zonsverduistering ooit was. En deze zomer, op 1 augustus 2008 om precies te zijn, kunnen we opnieuw dit hemels fenomeen beleven. Toch gedeeltelijk. Want alhoewel de verduistering volledig is, zal deze hier bij ons slechts gedeeltelijk te zien zijn. De totaliteit, de locatie waar de Zon volledig verduisterd zal worden, bevindt zich namelijk deze keer boven China, Mongolië en Siberië. Daarom zullen heel wat ervaren sterrenkundigen deze zomer naar het Oosten trekken. Wie niet zo gedreven of kapitaalkrachtig is en hier in België blijft kan echter ook van deze verduistering genieten.

 

Totale zonsverduistering

 

Alhoewel tijdens het maximum zo'n 25 procent van de diameter van de Zon, ofwel 14,6 procent van haar oppervlak bedekt zal worden, zal er geen duidelijk zichtbare verduistering plaatsvinden. De straten en pleinen zullen niet, zoals destijds in '99, in duisternis vertoeven maar nog steeds baden in het zonlicht. Tenminste wanneer het weer niet tegen zit. Het zonlicht is namelijk zo krachtig dat zelfs wanneer we 90 procent van de zonneschijf zouden bedekken, we nog steeds geen duidelijk verschil zouden merken in onze dagelijkse bezigheid. Kortom, moest u niet van deze gedeeltelijke zonsverduistering gehoord hebben, via dit artikel of andere media, dan had u er doodgewoon niets van gemerkt. Net dat maakt een gedeeltelijke zonsverduistering ook zo boeiend. Want slechts door gebruik te maken van een eclipsbril, die u wellicht nog ergens liggen hebt, of een daarvoor speciaal uitgeruste telescoop kan u dit hemelfenomeen in al z'n glorie aanschouwen.

Wanneer moet ik kijken ?

Op vrijdag 1 augustus kan men in zowat heel Europa deze gedeeltelijke zonsverduistering waarnemen. Dus ook wanneer u op reis bent kan u, tussen de heerlijke barbecue door, even stilstaan bij deze gebeurtenis. Meer nog. Als u zeker wil zijn van wat hemels vuurwerk zakt u het best af naar Zwitserland. Want daar wordt in de avond hun nationale feestdag afgesloten met door mensen gemaakt 'aards' vuurwerk. Ook een topper.

Om je goed voor te bereiden controleert u het best of uw eclipsbril nog voldoende veilig is. De speciale folie, die overigens net iets meer dan 99,5 procent van het zonlicht weg filtert, moet nog in perfecte staat zijn. Kleine gaten of verkleuringen van het material duiden op slijtage en kunnen we alleen maar afraden. Uw ogen moeten namelijk nog een leven lang mee. Ook kijken door een donkere zonnebril, dvd of lasbril raden we ronduit af. Dit is een verzinsel die jaren geleden opdook in de media en waarmee sterrenkundigen helemaal niet mee opgetogen waren omdat voldoende bewezen is dat gebruik door deze Eclipsbrilgegarandeerd schade veroorzaken. Kortom, een goedkope eclipsbril is voldoende. Het enige nadeel is dat een eclipsbril niet vergroot en u het hemelfenomeen in het klein moet aanschouwen. Een tip is om uw eclipsbril stevig vast te maken voor uw verrekijker. Pas hiermee echter op, want als deze los zou geraken, wat wel eens zou kunnen door de warmteontwikkeling, dan ontvangt uw oog het zonlicht vele malen verstekt en is dit het laatste wat u ooit zal zien. Wie absoluut veilig en confortabel wil kijken raden we aan om een Solarscope aan te schaffen. Dit doet denken aan een dure telescoop, maar is in feit een simpel en goedkoop toestel dat specifiek gemaakt is om naar de Zon te kijken. In feite is het zelfs niet meer dan een grote kartonen doos met daarin een gat waardoor een lens het zonlicht uitvergroot en aan de hand van een kleine ingebouwde spiegel projecteerd wordt op de binnenzijde. Wat vooral handig is aan deze 'doos' is dat meerdere personen tegelijkertijd mee kunnen kijken en er geen enkele mogelijkheid is om schade te berokken aan uw ogen. Veilig en goedkoop dus. Wie geen aankoop overweegt kan steeds terecht bij de plaatselijke sterrenkundige vereniging of sterrenwacht. Zij helpen u zeker ook verder.

Nu u weet welk materiaal er benodigd kan worden, dient u te weten waar en wanneer te kijken. Waar lijkt redelijk evident. Hoe is andere kost. Dit hangt namelijk af waar u zich op dat moment bevindt. In Oostende, Brussel of de een of andere wijnstreek in Duitsland of Frankrijk maakt een verschil. En niet alleen door de kost die men daar produceert. In de praktijk komt het erop neer dat hoe noordelijker je bevindt in onze regio, hoe grote percentage van de Maan de Zon zal bedekken. In de Benelux mag je rekenen op een begin van de verduistering rond 10.36 uur en een einde rond 12.16 uur. Dit is een gemiddelde voor onze regio. De hoogte van de Zon is dan 51,5 graden. Dit komt ongeveer overeen met de hoek tussen de horizon en het zenit, wat het punt vlak boven u betreft. U kan er alvast niet naast kijken.

Maar wat maakt een eclips of zonsverduistering nu zo uniek. Wel, hebt u er al eens op gelet dat zowel de Maan als de Zon schijnbaar aan de hemel even groot lijken? We zeggen doelbewust 'lijken' omdat beide objecten zeer verschillend zijn. Niet alleen in samenstelling, maar ook in omvang en afstand tot de waarnemer op Aarde. De Maan is de natuurlijke satelliet van de Aarde. Draait er dus omheen, en is heel wat kleiner. De Maan draait gemiddeld op zo'n 345.000 kilometer van de Aarde. Een ruimteschip heeft ongeveer drie dagen nodig om deze te bereiken. Een auto, moest die door de ruimte kunnen bewegen, enkele tientallen jaren. Wat leuk is om te weten is dat sommige auto's daadwerkelijk dergelijke afstanden hebben afgelegd tijdens hun bestaan. Welliswaar hier op Aarde. Kijk maar eens hoeveel kilometers u met uw stalen ros haalt op jaarbasis. U zal zich verbazen.

De Zon daarentegen staat op ongeveer 150 miljoen kilometer. Een héél stuk verder. En dat is maar goed ook want deze werkelijk gigantische vuurbal zou onze kostbare Aarde, mocht deze op dezelfde afstand tot ons staan als de Maan, deze in enkele minuten volledig verdampen. Ook draait de Zon niet om de Aarde, maar de Aarde met de Maan om de Zon. En dat één maal per jaar. Het feit dat de Maan en de Zon schijnbaar even groot lijken aan de hemel is dus puur toeval. Moest de Maan ietwat dichterbij staan, zoals heel lang geleden het geval was, zouden we niet kunnen genieten van deze unieke gebertenis waarbij we de zonnevlammen en de corona, zijnde de gloed rond de Zon, zouden kunnen waarnemen. We zitten dus in een bijzonder unieke situatie, die zich wellicht op niet veel andere planeten elders in het zonnestelsel en zelfs het heelal voordoet. Nog een reden om onze unieke planeet te koesteren.

Wat is het nut hiervan?

Voor de meeste mensen, laten we eerlijk zijn, is dit alleen een leuke gebeurtenis. Een mooi fenomeen. Voor wetenschappers kan een verduistering ons veel vertellen. Van de meting van de correcte afstand tot de Zon, de bestudering van zonnevlammen en aldus de activiteit van de Zon tot allerlei wetenswaardigheden over de dynamiek van de Aardse atmosfeer. Hoedanook, wie het ook bekijkt, het blijft een bijkomende troef deze zomer!

Patrick Jaecques,
Voorzitter Astro Event Group vzw. 

 

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon