Het wereldbeeld van de natuurwetenschap (1)
Heeft de natuurwetenschap een werelbeeld? Waar kunnen we dat aan zien? In welke mate wordt mijn eigen wereldbeeld door de denkbeelden van de natuurwetenschap bepaald? Iedereen die wel eens over natuurwetenschap nadenkt, wordt ooit met deze vragen geconfronteerd. Veel mensen hebben het gevoel dat de wetenschap allerlei aspecten van hun praktische leven beïnvloedt; het computerscherm waar u op dit moment bijvoorbeeld naar kijkt, zou niet in zijn huidige vorm ontwikkeld zijn zonder de ontdekking van het elektron door J.J. Thompson nu iets langer dan een eeuw geleden. Ook het internet zoals we dat tegenwoordig kennen, zou niet ontwikkeld zijn zonder de behoefte van de wetenschappers van CERN om ideeën op een snelle en flexibele manier met elkaar te kunnen delen. Een kleinere groep mensen zou het er waarschijnlijk mee eens zijn dat de wetenschap niet alleen allerlei praktische zaken van hun leven, maar ook het denken—in algemene termen—beïnvloedt: het evolutionaire paradigma wordt bijvoorbeeld succesvol toegepast bij processen die strikt genomen buiten de biologie vallen, zoals allerlei psychologische groepsverschijnselen. Maar daar blijft het wel bij. Als we vragen hoe de wetenschap mijn kijk op de wereld beïnvloedt, niet in academische zin maar op een veel dagelijksere manier, dan is het niet gemakkelijk om daar een direct antwoord op te vinden.
Bestaat er zoiets als ‘het wereldbeeld’ van de hedendaagse wetenschap? Dat is, gezien de groei van onze kennis en de diversificatie van de wetenschappen, niet meteen duidelijk. Bovendien kunnen wetenschappers vanuit zeer verschillende wereldbeelden opereren. In 1959 merkte C.P. Snow in zijn bekende lezing The Two Cultures and the Scientific Revolution op dat er in de wetenschap conservatieven als J.J. Thompson en radicalen zoals Einstein zijn; christenen zoals A.H. Compton en materialisten zoals Bernal; aristocraten zoals de Broglie en Russell en proletariërs zoals Faraday. Zijn stelling was dat de wetenschap een gemeenschappelijke cultuur heeft die door alle maatschappelijke groepen heen snijdt; maar een cultuur is nog geen wereldbeeld. Uit deze diversiteit aan denkbeelden en achtergronden zou men ook kunnen concluderen dat wetenschappers vanuit zeer verschillende achtergronden, motivaties en wereldbeelden opereren.
Toch is dat maar ten dele het geval. Gingen paradigmas niet ook met een “Gestalt-switch”, een nieuwe kijk op de wereld, gepaard? (zie De rationaliteit van de wetenschap). De wetenschappelijke revoluties van de Ionische natuurfilosofie, van Copernicus en Galilei, van Newton en van Einstein waren toch ook evenveel revoluties in onze kijk op de wereld? Gingen we niet van mythos over naar logos, redelijke verklaringen? Hebben we de aarde niet uit het middelpunt van het heelal gehaald? Zijn we niet op zoek gegaan naar mechanistische verklaringen in termen van deeltjes en krachten? En hebben we niet ten slotte de ether, de vaste grond waar alle natuurprocessen zich afspelen, uit het toneel laten verdwijnen en onze noties van ruimte en tijd grondig gewijzigd? Robin G. Collingwood vergelijkt in zijn boek The Idea of Nature de Griekse en Renaissance wereldbeelden die aan de natuurwetenschap verbonden waren:
“The central point of this antithesis [between the Greek and the Renaissance worldviews] was the denial that the world of nature, the world studied by physical science, is an organism and the assertion that it is devoid both of intelligence and of life. It is therefore incapable of ordering its own movements in a rational manner, and indeed of moving itself at all. The movements which it exhibits, and which the physicist investigates, are imposed upon it from without, and their regularity is due to “laws of nature” likewise imposed from without. Instead of being an organism, the natural world is a machine: a machine in the literal and proper sense of the world, an arrangement of bodily parts designed and put together and set going for a definite purpose by an intelligent mind outside itself. The Renaissance thinkers, like the Greeks, saw in the orderliness of the natural world an expression of intelligence: but for the Greeks this intelligence was nature’s own intelligence, for the Renaissance thinkers it was the intelligence of something other than nature: the divine creator.”
De Grieken zagen de kosmos als een levend wezen. De wetmatigheden die zij in de natuur ontdekten en haar schoonheid ontleenden hun eenheid aan de intrinsieke geordendheid van de materie. Als in de Renaissance veel werken uit de Oudheid herontdekt en hevig gekopiëerd worden, wordt dit wereldbeeld (de natuur, de mens en de maatschappij als ‘levende wezens’) niet automatisch mee overgenomen. Veel meer dan als levend wezen, wordt de natuur als een ‘machine’ gezien. Deze machine werkt volgens ‘natuurwetten’, regels die de machine van buitenaf besturen. Hoe deze mechanisering langzaam tot stand kwam, heeft Eduard Dijksterhuis in zijn klassieke werk De mechanisering van het wereldbeeld prachtig beschreven.
We moeten dus concluderen dat er wel degelijk een verband bestaat tussen natuurwetenschap en wereldbeeld. Vóór de paradigmawisseling werken niet alle wetenschappers vanuit hetzelfde wereldbeeld: aan het begin van de twintigste eeuw, vóór de opkomst van de relativiteitstheorie en de quantummechanica, waren het mechanische wereldbeeld (gebaseerd op de wetten van de Newtonse mechanica) en het elektromagnetische wereldbeeld (waar de gehele natuur uit elektrisch geladen deeltjes bestond) twee paradigmas die de strijd voerden om de eerste plaats. Als de nieuwe theorie echter haar intrede doet, brengt ze een nieuw paradigma en een nieuwe manier van naar de wereld kijken met zich mee. Met de nieuwe generaties wetenschappers die met het nieuwe paradigma worden opgeleid, ontstaat—naarmate het nieuwe paradigma steeds beter begrepen en uitgewerkt wordt—ook een nieuw wereldbeeld. Voor dit nieuwe wereldbeeld zijn niet langer de wetenschappers alleen verantwoordelijk. Het nieuwe wereldbeeld ontstaat uit de dialoog van de natuurwetenschap met de rest van de cultuur.
We komen zo dus aan de eigenlijke vraag die ik in dit artikel wilde stellen: wat is het wereldbeeld van de wetenschap van nu? De vraag is niet makkelijk te beantwoorden, aangezien we er middenin zitten: het precies duiden van een wereldbeeld kan altijd pas achteraf. Toch moeten er duidelijke aanwijzingen zijn voor dit wereldbeeld ook nu. Immers, als het wereldbeeld iets reëels is, een gezichtspunt van waaruit wetenschappers werkelijk opereren (al expliciteren ze dat vaak niet), dan moet dat ook in onze tijd duidelijk te merken zijn. De kunst is dus het aanwijzen van de juiste voortekenen.
Hoe zou u het wereldbeeld van de natuurwetenschap van nu duiden?
Geschreven in Filosofie Vaste link Wereldbeeld Vaste link
-
Reacties :
- (1)
- Geef uw reactie! Print dit artikel






De wetenschapsalon


































