50 jaar Europese Zuidelijke Sterrenwacht - ESO
Op 5 oktober 2012 viert ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwacht, haar vijftigste verjaardag. Het was een voorrecht om aan hun publicaties daaromtrent mee te mogen werken:
Europe to the Stars – ESO’s first fifty years of exploring the southern sky
Govert Schilling & Lars Lindberg Christensen
ISBN-13: 978-3527411924, 264 bladzijden, hardcover.
In oktober 2012 viert ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwacht, haar 50ste verjaardag en dit groot formaat (25 bij 26 cm) boek met DVD werd speciaal voor die gelegenheid uitgebracht.ESO werd in oktober 1962 opgericht met de ondertekening van de ESO conventie door vijf naties; België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden. In 1963 werd een verdrag gesloten met Chili om telescopen onder te brengen nabij de Atacama woestijn.
Een halve eeuw later telt ESO 16 lidstaten en is het de belangrijkste intergouvernementele sterrenkunde organisatie in Europa, met de meest productieve sterrenwachten ter wereld!
Naast
het hoofdkwartier te Garching-bei-Munchen in het zuiden van Duitsland, heeft
ESO een kantoor in Santiago (Chili) en sterrenwachten op drie unieke
waarneemlocaties nabij de Chileense Atacama-woestijn.
De La Silla sterrenwacht ligt op
een hoogte van 2400 m
en telt 15 telescopen, waaronder de 3,57 m ESO reflector die met de HARPS
spectrometer naar exoplaneten jaagt. De Very Large Telescope (VLT) bevindt zich
op Cerro Paranal, een 2600
meter hoge berg ten zuiden van Antofagasta. De VLT is
een interferometer bestaande uit vier 8,20 m spiegeltelescopen gebouwd door
Frankrijk, Duitsland, Italië en Zweden, met vier 1,80 m hulptelescopen
gebouwd door het Belgische bedrijf AMOS uit Luik. Paranal beschikt tevens over
een twee survey telescopen, de 2,61
m VST en de 4,10 m VISTA. Op een derde locatie, het 5100 meter hoog gelegen
Llano de Chajnantor plateau, bouwt ESO samen met de VSA, Japan en Chili, een
grote submillimeter sterrenwacht samengesteld uit een zestigtal 12 m diameter antennes.
Bovendien werkt ESO momenteel aan een 40-meter klasse telescoop, de E-ELT (European Extremely Large Telescope) die in 2020 operationeel zal worden op Cerro Armazones, een 3000 m hoge berg nabij Paranal.
Het
boek telt tien goed geïllustreerde hoofdstukken die handelen over het
zuidelijke halfrond, de geboorte van ESO en de gestage oprichting van de drie
sterrenwachten in de droogste woestijn ter wereld. Dankzij de unieke ligging op
een gemiddelde hoogte van 610
meter nabij de kust van de Stille Oceaan, zorgen
verschillende windstromen ervoor dat er quasi geen neerslag valt in dit
paradijs voor professionele astronomen.
Andere hoofdstukken handelen over de
Europese samenwerking met diverse universiteiten en hoogtechnologische
industriële partners voor het bouwen, testen en integreren van astronomische
instrumenten op de ESO-telescopen.
Er is tevens een hoofdstuk gewijd aan de uitdagingen die gepaard gaan met het bouwen van werelds grootste telescoop; de 40 m E-ELT.
Appendix
1 geeft een volledig gedetailleerd overzicht van alle telescopen die door ESO
werden gebruikt tussen 1962 en 2012. Deze appendix
werd geschreven door AEG/VVS-lid Philip Corneille (Fellow British
Interplanetary Society & Fellow Royal Astronomical Society). Sinds 1976 houdt Philip immers technische
gegevens bij over de optiek, monteringen en first light events van telescopen
op alle professionele observatoria wereldwijd.
Concluderend
kunnen we stellen dat dit boek, met 300 kleurenfoto’s en drie uitvouwbare
panorama’s, een uitstekende en gedetailleerde bron van informatie is over de
Europese Zuidelijke Sterrenwacht en haar verwezenlijkingen.
Naast dit boek verschijnt een aparte
geschiedenis van de VLT getiteld; The Jewel on the Mountaintop – ESO through
fifty years (eveneens verkrijgbaar via de ESO.org shop).
Jewel
on the Mountaintop – European Southern Observatory through fifty years
Claus Madsen
Wiley-VCH & ESO 2012, hardcover, 560 bladzijden en 150 foto’s.
Voor de 50ste verjaardag van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO
werden diverse publicaties uitgebracht, waaronder dit boek geschreven door
Professor Claus Madsen, internationaal wetenschappelijk adviseur voor CERN en
ESO. In de proloog beschrijft hij het fascinerende moment, tijdens de avond van
25 mei 1998, van First light voor de 8,20 m Antu VLT-telescoop ( Very Large
Telescope) op de 2635 m
hoog gelegen Paranal sterrenwacht in Chili.
Dit schitterende boek sluit aan bij het 1991 boek “ESO’s Early History” van Adriaan Blauw en beschrijft de
geschiedenis van ESO tussen 1962-2012 in vier delen. Het eerste deel, Catching
up, geeft de stand van zaken voor sterrenkunde in de jaren 1950 en een gedetailleerd
overzicht van de gebeurtenissen tussen 1962 en 1980. In 1954, onder de
stuwende kracht van astronomen Walter Baade en Jan Hendrik Oort, ontstond het
concept van een verenigde Europese sterrenwacht die over een 3 meter klasse telescoop
alsook een Schmidt reflector zou beschikken (naar voorbeeld van Palomar in de
VSA) in het zuidelijke halfrond. Na site testing in Zuid-Afrika en Chili kiest
ESO voor deze laatste gelegen aan de westelijke kust van het Zuid-Amerikaanse
continent. Op 5 oktober 1962 ondertekenden België, Duitsland, Frankrijk,
Nederland en Zweden de ESO conventie en werd de Europese Zuidelijke
Sterrenwacht opgericht met Otto Heckman als eerste directeur.
Sinds 1966 verrichtten ESO-astronomen observaties vanop de La Silla sterrenwacht maar de 3,57 m reflector werd pas
operationeel in 1976.
Het tweede deel, Years of experimentation, behandelt de periode 1980-1990 met
de samenwerking ESO-CERN, de verhuis van het ESO hoofdkwartier naar
Garching-bei-Munchen en het opzetten van de Hubble Space Telescope coördinatie
met NASA en ESA. In 1989 verkreeg ESO met de 3,6 m New Technology
Telescope (NTT) een geadvanceerde reflector met actieve optiek die model zou
staan voor de VLT die Europa op de voorgrond van het sterrenkundig onderzoek
heeft geplaatst!
Het derde deel, The breakthrough, beschrijft de periode 1990 tot First light
voor de VLT interferometer in maart 2001. De samenwerking met de Internationale
Astronomische Unie (IAU), CNRS, het Max Planck instituut, de Chileense
regering en de ontwikkeling van
wetenschappelijke instrumenten komen ruim aan bod.
Het vierde deel, Towards new horizons, behandelt het VLT avontuur in
retrospectief, de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) en kijkt vooruit naar
de toekomst. De financiële en intellectuele injecties van nieuwe ESO-lidstaten
maken de volgende generatie van telescopen mogelijk en ESO hoopt tegen het
begin van de jaren 2020 de 40
meter klasse E-ELT (European Extremely Large Telescope)
in gebruik te nemen. Het boek sluit met
een alfabetische index van trefwoorden en persoonsnamen.
Dankzij de aandacht voor de mensen, astronomen, managers, wetenschappers,
technici , doctoraatsstudenten, medewerkers van diverse onderzoekscentra en
commerciële partners geeft het boek een unieke kijk achter de schermen van ESO
waaruit blijkt dat de actieve Europese-Chileense samenwerking de ambitieuze
plannen tot een goed einde brengt. Technologieoverdracht vergroot de waarde van
ESO’s ontwikkelingsactiviteiten voor de samenleving als geheel en die in de
ESO-lidstaten in het bijzonder. Madsen’s boek is een essentieel werk voor
iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis en interne werking van
werelds meest productieve sterrenwacht.
| 
