De rationaliteit van de wetenschap (1)

Door Sebastian de Haro, 14 Februari 2010, 21:26

 De recente klimaatdiscussie heeft onverwachte reacties van politici, journalisten en burgers opgeroepen. Hierop hebben enkele wetenschappers enigzins verbaasd gereageerd. Piet Borst vraagt zich af (“Het gezag van de wetenschap”, NRC 13-02-10) hoe het komt dat vanzelfsprekende waarheden, ook die van de natuurwetenschap, steeds meer weg lijken te vallen. Volgens Reinier Kist (“Ook de wetenschap heeft niet meer vanzelf gezag”, NRC 06-02-10) emanciperen burgers zich steeds meer van de wetenschap . De titels van beide artikelen suggereren dat het gezag van de natuurwetenschap kennelijk in het geding staat. Hoe zeker is wetenschappelijke kennis? Wie bepaalt dat? En wat mogen we als natuurwetenschap beschouwen? De klimaatdiscussie lokt zulke fundamentele vragen uit.

Karl Popper.Velen zien Karl Popper als de vader van het eenvoudige keurmerk voor de natuurwetenschappelijke methode: de falsificatietheorie. Wetenschappelijke theorieën moeten tot voorspellingen leiden die experimenteel gefalcifieerd kunnen worden: het experiment moet hun onjuistheid kunnen aantonen. Maar ging het niet om de juistheid van een theorie? Volgens Popper zijn wetten niet te verifiëren: al beschrijft de zwaartekracht de beweging van de aarde om de zon, ze kan in andere gevallen falen.

Thomas Kuhn.Thomas Kuhn heeft overtuigend beargumenteerd dat falsificatie alléén de natuurwetenschappelijke vooruitgang niet verklaart. Iedere theorie heeft mankementen en geen enkele biedt een oplossing voor alle problemen. Met falsificatie als enig criterium blijft er geen wetenschap meer over: elke theorie zou verworpen moeten worden! De voorspelde bewegingen van sterrenstelsels komen niet met de meetgegevens overeen en toch verwerpen we de relativiteitstheorie niet. Als alternatief stelt Kuhn een gezamenlijk proces van verificatie-falsificatie voor. Het is zinvol om te vragen: welke theorie verklaart de experimenten het beste? Toch zijn theorieën volgens Kuhn nooit ‘objectief’ met elkaar te vergelijken. Einstein en Bohr hebben eindeloos over de juistheid van de quantummechanica gediscussieërd (zie Wetenschap is een doel op zich). Einstein vond de quantummechanica maar onvolledig; de relativiteitstheorie voldeed beter aan zijn verwachtingen. Volgens Kuhn praten wetenschappers met een verschillend ‘paradigma’ volstrekt langs elkaar heen. Wetenschapontwikkeling is dan ook geen lineair proces. Paradigmas komen en gaan en er wordt strijd gevoerd. Sociale revoluties ontmantelen politieke structuren en manieren van leven en brengen daar nieuwe voor in de plaats. Zo gaat het ook in de wetenschap: een paradigma zal zich pas laten gelden als de wetenschappers het omarmen. Bewijs is belangrijk maar kan een paradigmawisseling niet afdwingen. Kuhn spreekt van een bekeringsproces omdat persoonlijk inzicht daarbij wezenlijk is. Zoals je in een schilderij opeens diepte ziet, zo moet de wetenschapper het perspectief van de nieuwe theorie gaan zien. Hij bekijkt de wereld door een andere bril. Voordelen, esthetisch appèl en  toekomstperspectieven van een theorie neemt hij in zijn overweging vanzelfsprekend mee. Volgens Kuhn zullen enkele wetenschappers verzet blijven voeren, maar als het nieuwe paradigma voldoende aanhangers voor zich wint, krijgt het uiteindelijk de wetenschappelijke hegemonie.

Kuhn zelf heeft voor een paradigmawisseling in de wetenschapsfilosofie gezorgd. Het beeld van de natuurwetenschap als star logisch bedrijf is verdwenen en we hebben oog gekregen voor menselijke processen. Wat betreft genoemde klimaatdiscussie moeten we niet opnieuw de fout maken in de natuurwetenschap een orakel van Delphi te zien dat over goed en kwaad beslist. De wetenschap staat niet los van de maatschappij. Maar we mogen het sociale ook niet voor de kern van de zaak houden. Uit de premisse dat het sociale een rol speelt, volgt niet dat de wetenschap daarom een sociale constructie is. Wetenschap is geen lineair proces maar ze is wel degelijk progressief en rationeel. De factoren die de overwinning van een theorie bepalen zijn rationele zaken. Anders blijft het succes van de wetenschap immers onverklaarbaar.


Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Reacties


Voeg reactie toe
 authimage

Reacties

  1. Stephan Schleim constructivisme vs. rationalisme?
    28.05.2010 | 14:05

    Uit de premisse dat het sociale een rol speelt, volgt niet dat de wetenschap daarom een sociale constructie is. Wetenschap is geen lineair proces maar ze is wel degelijk progressief en rationeel.

    Ik ben het met u conclusie niet helemaal eens. Constructivisme en rationalisme zijn niet tegenovergesteld. Er is natuurlijk wel het traditioneel "strong program" van de sociale constructivisme volgens die het sociale de wetenschap helemaal verklaart. Maar dat is een extreme positie die volgens me (bijna) niemand meer verdedigt.

    Classificaties, model organismes, technische voorwerpen enz. zijn allemaal constructies -- constructies van mensen die in maatschappijen zijn opgegroeid en er ook binnen leven, deeltjes ervan zijn.

    Ook als zij de "objective realiteit" niet kunnen onderzoeken, kan wetenschap (net zo als elk ander manier gedrag) rationeel zijn; namelijk als er een overeenkomst tussen interessen en gedrag is en bepaalde criteria van consistentie bestaan.

    De factoren die de overwinning van een theorie bepalen zijn rationele zaken. Anders blijft het succes van de wetenschap immers onverklaarbaar.

    Het was Bas van Fraassen die tegen het "no miracle" argument van Putnam en anderen schreef dat het succes van de wetenschap echt geen miracle is, maar ook geen verassing, want het wetenschappelijke systeem volgt regels die garanderen dat "only the successful theories survive" (1980, p. 40). En deze regels zijn ook maatschappelijk, politiek, menselijk, dus sociaal.

  2. Stephan Schleim P.S. citaten
    28.05.2010 | 16:22

    De citaten zijn helaas niet meer herkeenbaar. De HTML-tags werden waarschijnlijk automatisch verwijderd.

    De eerste ("Uit de ... en rationeel.") en de fijvde ("De factoren ... onverklaarbaar.") alinea zijn citaten uit de hoofdtekst.

  3. sebastiandeharo Re: constructivisme vs. rationalisme?
    13.06.2010 | 17:06
    sebastiandeharo

    Dank voor uw reactie! De vorm van constructivisme waar ik het over had is inderdaad een sterke vorm van constructivisme. Dat "bijna niemand meer" deze positie verdedigt, durf ik te bestrijden.

    "Het was Bas van Fraassen die tegen het "no miracle" argument van Putnam en anderen schreef dat het succes van de wetenschap echt geen miracle is, maar ook geen verassing, want het wetenschappelijke systeem volgt regels die garanderen dat "only the successful theories survive" (1980, p. 40). En deze regels zijn ook maatschappelijk, politiek, menselijk, dus sociaal."
    Mijn argument ging niet over wetenschappelijk realisme; dat is de context waarin van Fraassen dat schrijft. Ik had het over rationaliteit. Als u mijn vervolgartikel leest, dan ziet u dat we het eigenlijk met elkaar eens zijn. Ik pleit voor een bredere opvatting van rationaliteit, waar veel van de factoren die u noemt een rol spelen. Deze factoren zijn voor een groot deel rationeel.